Support us

Hospitalisatie

De hospitalisatie

high-care1Aangekomen in het ziekenhuis, kan het slachtoffer onmiddellijk rekenen op de goede zorgen van een ploeg specialisten. Bij ernstige en zeer grote wonden wordt hij eerst opgenomen in de afdeling intensieve zorgen (High Care Unit).

Soms houdt men hem in kunstmatige coma  zodat de pijn draaglijk blijft en de reanimatie beter kan verlopen.

De pijn onder controle houden is één van de prioriteiten van verzorgers. Daartoe wordt ook wel gebruik gemaakt van morfine of een van haar derivaten.

Zodra zijn toestand stabiel is, verhuist de patiënt naar de afdeling “Medium Care”, waar hij nog enkele weken zal verblijven.

Hierbij kan de vrijwilliger hem begeleiden.

Stappen in het genezingsproces

Elke patiënt reageert anders op zijn behandeling. Een ‘standaard parcours’ bestaat niet. Algemeen gezien verloopt de genezing in volgende stappen:

high-care21. De wonde wordt afgedekt met een gaasverband dat doordrenkt is met een brandwondenzalf of huidverband. Dit wordt op haar beurt beschermd met een heel stevig secundairverband. Deze behandeling zorgt ervoor dat dode huidcellen losgeweekt worden van de nog gezonde cellen.

2. De wondverzorging bestaat uit het douchen van de patient (het “bad”) : geen prettige aangelegenheid! Alle verbanden worden verwijderd en de dode huid wordt weg genomen zodat de nieuwe zachtroze huid aan de oppervlakte komt. Er wordt opnieuw zalf en verband aangebracht. Dit kan gebeuren onder algemene verdoving of met een Méopa® masker waarbij men een gasmengsel inademt, een gasmengsel dat ontspant en zo beter de pijn van de verzorging doet verdragen.

bath3. Bij diepe brandwonden, wanneer de huid zich niet hernieuwt of herstelt, zal men overgaan tot huidtransplantatie.

De huidtransplantatie gebeurt onder volledige verdoving. Eerst wordt een stukje gezonde huid weggenomen op een onaangetast deel van het lichaam van de patiënt. Tijdens een speciale behandeling wordt dat stukje huid gerekt en krijgt het een gewafelde structuur. Deze huid wordt dan geënt waar ze nodig is.

4. Na enkele dagen moet de patiënt opnieuw in het bad. De verzorgers kijken na of de transplantatie gelukt is en goed evolueert en of er zich geen ziektekiemen vormen. In dat geval moet de patiënt in afzondering.

5. Wanneer de geënte huid goed begint aan te hechten, kan de kinesitherapeut aan de slag. Tijdens twee dagelijkse sessies zal hij de littekens van de patiënt door massage stilaan soepel en beweeglijk maken.
compressif26. Na enkele weken kan de patiënt dan naar huis, op voorwaarde natuurlijk dat hij regelmatig op controlevisite komt om de evolutie van zijn genezing te laten opvolgen.

7. Drukkledij en/of siliconesheets (masker) vervolledigen de behandeling. Zij leggen druk op de rode gezwollen littekens. Het litteken blijft van de lucht afgesloten en dit voorkomt dat de perifere cellen zich sterk zouden ontwikkelen. Zo wordt de huid weer zacht  en soepel en de patiënt heeft minder last van jeuk.

Afzondering

isolatieSoms wordt een patiënt in een steriele kamer in afzondering beschermd tegen het overbrengen van ziektekiemen. Zijn kamer is dan zijn veilig territorium waar hij zich ongedwongen kan bewegen.

Elke bezoeker, en ook het verzorgend personeel  draagt hier verplicht beschermende kledij om elke overdracht van ziektekiemen van buiten uit te verhinderen. Schort, masker, muts en handschoenen liggen klaar bij de kamerdeur.

Wanneer de patiënt zijn kamer mag verlaten, is hij het die zich met die speciale kledij moet beschermen tegen ziektekiemen van buiten uit. Personen die hem vergezellen moeten zich niet beschermen buiten de isoleerkamer.

Wanneer de patiënt terug naar zijn kamer gaat, laat hij de beschermende kledij achter.

Planten en bloemen

Om de verspreiding van ziektekiemen te vermijden, worden planten en bloemen uit het brandwondencentrum geweerd. In plaats van een ruiker brengt de bezoeker best een ander geschenkje mee: koekjes, chocolade of fruit zijn zeker welkom.

Een woordje van dank

Met dank aan Dr. Jennes, diensthoofd van het brandwondencentrum, alsook aan de psychologen Thibaut Deprez en Els Vandermeulen, voor hun zeer gewaardeerde hulp en raadgevingen bij het opstellen van dit vulgariserend artikel.