|
|

Hierbij worden 2 niveau's onderscheiden:

Enerzijds de oppervlakkige tweedegraadsverbranding, waarbij de opperhuid en een deel van de lederhuid zijn beschadigd. Door ophoping van plasma treedt er blaarvorming op. Vermits de zenuwuiteinden onbedekt liggen, zijn deze zeer pijnlijk.
Deze tweedegraadsverbranding kan mits goede opvolging en goede evolutie spontaan genezen.
Anderzijds is er de diepe tweedegraadsverbranding waarbij de opperhuid en een groot deel van de lederhuid zijn beschadigd. De huid ziet dof of glanzend wit. De pijngewaarwording is gevoelig verminderd door beschadiging van de zenuwuiteinden.
De wondheling kan meer dan 4 weken in beslag nemen en de huid zal nadien van slechte kwaliteit zijn met kans op hypertrofische littekens. Vaak is hier een chirurgische ingreep vereist.
|
|