| Getuigenis van Stella |
|
|
Een klein gebaar
Onze namiddag begon steevast met een bezoek aan de cafetaria. Bij mooi weer gingen we samen naar buiten voor een toertje rond het ziekenhuis of een wandeling in het dorp. Een tijdje later nam ik hem, met instemming van de dokters en verplegers, mee om in Antwerpen te gaan wandelen. We leerden elkaar goed kennen en maakten heel wat dolle avonturen mee. Op een dag werd hij overgebracht naar een ziekenhuis dat veel verder van Antwerpen ligt. Zo kwam er een einde aan mijn bezoekjes. Regelmatig nam ik contact op met de aalmoezenier. Hij stelde me voor mijn diensten aan te bieden aan het brandwondencentrum. Dienst 12 is ook de plaats waar verbrande kinderen worden verzorgd.
Mijn eerste kindpatiënt Mijn eerste dag op dienst 12 viel me best zwaar. Het patiëntje dat ik kwam bezoeken was een zwaar verbrande baby. Ik kwam binnen op de kamer en zag als eerste de grote ogen van het kindje, van een baby onder de brandwonden. Op zo’n moment wil je alleen maar de pijn en het verdriet kunnen wegnemen en het kindje steun en liefde geven.
Soms gingen we als ware detectives op onderzoek in de kelderverdieping. We baanden ons een weg in de richting van de bloedafdeling om die eens degelijk onder de loep te nemen. Achteraf nog even goed rusten voor we bij het vallen van de avond terugkeerden naar de kamer voor het avondmaal. Het was weer een gevulde dag voor dat kleintje. Enige tijd later mocht hij naar huis.
Mijn kleine uit Afghanistan
Het contact dat ik met haar en haar vader had was fantastisch. Haar vader had net als het meisje nog nooit een voet buiten Afghanistan gezet en had zelfs nog nooit een vliegtuig van nabij gezien. Een van zijn eerste grote ontdekkingen in België waren de knopjes van de lift waar je maar moet op duwen om de lift naar boven of beneden te sturen. Het verblijf in België werd voor hem een openbaring. Hij sprak enkel zijn moedertaal, een niet te ontcijferen dialect, dus een gesprek zat er niet in. Maar overal in het ziekenhuis zag hij mensen druk in de weer met onbegrijpelijke bezigheden, verplegend personeel dat intens met elkaar samenwerkt, zwaaiende uniformrokken, en overal blanke huid. Alles was vreemd.
Het meisje zelf werd door het personeel en enkele andere mensen overstelpt met cadeaus. Ze kreeg massa’s speelgoed en pluche beesten. Al snel hadden we geen idee meer waar we alles nog kwijt moesten. Het werd haast proppen! Na de laatste van een reeks operaties brak er een zware revalidatieperiode aan. Eerst nog in de rolstoel, speelden we een leuk balspelletje op de gang. Ook het verplegend personeel deed mee en er werd natuurlijk heel wat afgelachen. Het was alsof niemand zich door de vermoeidheid liet meeslepen. Het was als de kracht van een familie van mensen die samen vochten voor het snelle herstel van het meisje. Ze genas ook spoedig, en volkomen. Met spijt in het hart zagen we haar met haar vader vertrekken naar huis, naar Afghanistan, naar de oorlog waar ze vandaan kwamen. Het was nog een heel raadsel om al de spullen die het meisje had verzameld in het vliegtuig te krijgen. Haar vader had zelfs een tv gekregen, die hij behandelde met de grootst mogelijke voorzichtigheid en uit verdere voorzorg persoonlijk op het vliegtuig heeft geladen. Het moet voor die kerel een hele ervaring geweest zijn. De dokters en de mensen van verpleging hebben het meisje op snelle en zeer doeltreffende wijze geholpen. Zij hebben allemaal gouden handen! Het meisje keerde gezond en wel terug. Ik heb haar zelfs nog een paar woorden Nederlands kunnen aanleren!
Een waar genot ! Ik herinner me nog helder ons bezoekje aan de boerderij. Voor de vader van het meisje kocht ik een biertje. Het was een van de mooiste cadeaus die ik ooit aan iemand gaf. Nog nooit zag ik iemand met zoveel smaak en enthousiasme genieten van een Belgisch pintje. Het was een waar genot zijn gezicht te zien. En het gaf mij een zalig gevoel om een mens met een klein gebaar, een woordje, iets van geen waarde, zo gelukkig te kunnen maken. Je vergeet, tijdens het werken met de kinderen in het ziekenhuis, gauw je eigen zorgen en pijnen die, vergeleken met die van het kind dat je verzorgt, in het niets lijken te verdwijnen. Om daarvan deel te mogen zijn is een waar genoegen! Daarom wil ik het ganse team van Pinocchio met al mijn dankbaarheid in de bloemen zetten voor het werk dat zij verrichten op dienst 12. Ik denk daarbij aan de mensen die dag en nacht aanwezig zijn, niet te vergeten de dokters en het medisch team, en alle mensen achter de schermen. Ik draag graag mijn steentje bij en wens Pinocchio nog een lang en vruchtbaar bestaan.
Stella Biancali
|